|
|
|||||||||||||||||||||||
|
|||||||||||||||||||||||
|
|
||||||||||||||||||||||
|
|
Algemeen Het sloot en plas project is geschikt voor groep 5 t/m 8 het kan ook bij lagere groepen, maar dan pas je het niveau aan. Het is een project dat in een paar middagen gedaan kan worden. Natuurlijk kun je er ook voor kiezen het uit te bereiden met eigen ideeën en het project langer laten duren. De onderstaande onderdelen zou je in het project kunnen verwerken. Dit project valt of staat met het enthousiasme waarmee het gebracht wordt, daarom is het naar mijn mening erg belangrijk dat je je eigen dingen in het project verwerkt. Dingen waar je je als leerkracht prettig bij voelt. Dit kan van alles zijn en op allerlei leergebieden. Ik vind het persoonlijk erg belangrijk dat de kinderen bij natuuronderwijs de natuur ervaren. Het bezig zijn met tastbare dingen. Eigenlijk hebben alle activiteiten direct of indirect met natuuronderwijs te maken. Tips: - Kies binnen het thema één richting. Dus alleen amfibieën of alleen watervogels. Wil niet teveel tegelijk. Als je dit namelijk wel doet, dan kun je alles maar heel oppervlakkig behandelen - Als je kikkervisjes in de klas hebt, breng ze dan terug voordat ze voorpoten krijgen. Wil je echter de hele meta morfose in de klas volgen, zorg dan voor een stukje druifhout of iets dergelijks, zodat de kikkervisjes op het droge kunnen zodra ze voorpoten krijgen. Als je de kikkers weer vrijlaat en ze zijn al volledig volgroeid, doe ze dan in een vochtige emmer en breng ze terug. Doe hier geen laag water in, want dan verdrinken de kikkers. |
||||||||||||||||||||||
|
Een sloot tekenen. Dit kun je doen met de hele klas. Elk kind tekent een waterdiertje, deze plak je op een stuk behang (wat beschilderd is al sloot) en deze hang je in de klas. Het stuk behang kun je zelf versieren, maar dat kun je natuurlijk ook door enkele kinderen laten doen. Een sloot tekenen: De kinderen tekenen datgene wat zij vinden dat bij een sloot hoort. Dit kan van alles zijn, zoals watervogels, waterdieren etc.. Een leuke opdracht voorafgaand aan het project, om te kijken wat ze al weten. Vissen tekenen: Elk kind tekent een vis. Simpel zou je zeggen, maar er zijn natuurlijk vele verschillende soorten vissen. De kinderen moeten een keuze maken uit een aantal vissen waarvan u plaatjes heeft meegebracht. Libellen tekenen: Teken een plas waarin een libellenlarve leeft. Daarboven het riet en een drogende libel. Ook zweeft er nog een libel boven het water en is er één aan het eitjes leggen aan de onderkant van een plompenblad. Hierbij tekenen de leerlingen de levenscyclus van de libel. (Dit kun je ook doen met de kikker of de salamander) |
|||||||||||||||||||||||
|
Kikkerverhaal Hieronder het verhaal van Kees de Kikker. Door middel van dit verhaal leven de kinderen zich in in de wereld van de kikker. Zijn ontwikkeling, vijanden en dergelijke komen aan bod.Het verhaal: Kees de Kikker Hoi! Ik ben Kees de kikker. Ik ben zoals je ziet een groene kikker. Ik leef, in een groep, op het vaste land van Europa en in Azië. Ik eet graag mieren, wespen, vliegen, torren, vlinders en nachtvlinders. Ik ben nu ongeveer 12 centimeter groot. Ik ben een amfibie. Weet je waarom? Ik leef in het water en op het land en ik leg mijn eitjes in het water. In dit verhaaltje wil ik jou graag wat vertellen over mijn leven. Er is namelijk heel wat met mij gebeurd voordat ik een gewone groene kikker werd. Luister maar eens..... Het begon allemaal in mei. Mijn vader en moeder gingen naar een vijver toe. Daar waren nog veel meer groene kikkers. Al deze kikkers kwaakten hard, misschien heb je ze wel gehoord? De mannetjes hebben speciale zakken aan de zijkant van hen bek zitten, dit zijn een soort ballonnen. Hiermee kan hij extra hard kwaken. Van mei tot en met juli bleven mijn ouders daar. Daar hebben ze gepaard. Mijn moeder heeft eitjes gelegd in het water. Toen heeft mijn vader deze eitjes bevrucht. Mijn ouders hebben samen duizenden eitjes gelegd. De eitjes hebben ze in kleine klompen aan waterplanten vastgemaakt. En toen zijn ze weg gegaan. Zo’n een klomp eitjes noemen we kikkerdril, want het voelt een beetje als een drilpudding. Toen zat ik, samen met duizenden broers en zussen als eitje in het kikkerdril. Maar toen waren we nog geen kikker. Eerst gebeurde er nog een heleboel terwijl we in het eitje zaten. Het kikkerdril zit meestal aan waterplanten vast. In het begin waren mijn broers, zussen en ik nog maar een donker stipje! Maar langzaam begonnen we te groeien en kregen we een klein staartje. We werden hele kleine visjes, met een dik kopje. Dat wordt vaak een kikkervisje of dikkopje genoemd. We begonnen ons snel uit het eitje te wurmen. Toen we eruit waren aten we het lege eitje meteen op, want dat vinden kikkers lekker. Maar goed, toen was ik dus een kikkervisje. En ik wilde natuurlijk een kikker worden. Maar kikkervisjes hebben geen longen, zoals mensen, maar kieuwen, zoals vissen. Dus ik moest onder water blijven. Terwijl ik dus onder water bleef at ik algen. Algen zijn kleine waterplantjes. Ik begon te veranderen. Aan de achterkant begonnen pootjes te groeien. Langzaam begon er over mijn kieuwen een huidje te groeien. Ik kreeg longen! Na een tijdje begonnen ook mijn voorpoten te groeien en mijn staartje werd steeds korter. In een paar weken tijd was ik van een klein kikkervisje tot een klein kikkertje gegroeid! Helaas hebben veel van mijn broertjes en zusjes het niet gehaald. Van de duizenden eitjes zijn er maar een paar over gebleven. Maar dat is ook niet zo raar, want anders zouden er veel te veel kikkers komen. Nu ben ik dus helemaal volwassen. Ieder jaar in de maanden mei, juni en juli ga ik weer naar de vijver waar ik geboren ben. Daar leg ik samen met een vrouwtje eitjes, net zoals mijn ouders hebben gedaan. Ik hoop dat je het leuk vond om wat meer over mij en natuurlijk ook alle andere kikkers te horen. Misschien kom ik je nog eens tegen! Groetjes van Kees de Kikker |
|||||||||||||||||||||||
|
Wat is er leuker dan op excursie gaan tijdens de natuurles. Naar de sloot toe en zelf ervaren wat er allemaal in leeft. Zorg er wel voor dat je een goede plek uitkiest waar veel te vinden is. Tevens moet je ervoor zorgen dat de leerlingen oude kleding en laarzen aan hebben. Als je een sloot of plas uitkiest, kies dan een sloot of plas uit met niet te steile kanten, zodat de leerlingen makkelijk bij het water kunnen. Handig is om van te voren een briefje met de leerlingen mee te doen, zodat ze thuis ook weten wat je gaat doen. Op die manier kun je ook ouders vragen om als extra begeleiding mee te gaan. Als je verder moet reizen voor een goed sloot of plas, kun je d.m.v. een briefje ook ouders vragen om te rijden. Let er op dat je genoeg tijd neemt om dit uit te voeren. Het reizen van en naar de plek van de excursie, het instrueren van de leerlingen en het daadwerkelijke vangen nemen veel tijd in beslag. Ik heb dit zelf met de leerlingen van groep 4 gedaan en wij zijn de gehele middag (2 uur) nodig geweest. Wij moesten 2 km fietsen (heen en terug). Benodigdheden: - Schepnetten (1 per 2 kinderen) |
|||||||||||||||||||||||
|
Kikkervisjes lenen zich er goed voor om in de klas gehouden te worden. Sommige dieren mag je niet in een bak houden, en sommige soorten is gewoonweg niet verstandig. Houdt u daarom rekening met het welzijn van de dieren. Zorg voor voldoende waterplanten, voedsel en rust voor de dieren. |
|||||||||||||||||||||||
|
Enkele voorbeelden van een elfje zouden kunnen zijn:
|
|||||||||||||||||||||||
|
Er bestaan meer dan 25.000 soorten vissen, die sterk verschillen in grootte en vorm. Denk maar eens aan de haai, het zeepaartje en de goudvis. Maar er zijn nog andere verschillen. Sommige vissen leven in zout water, anderen in zoet water. Sommige voeden zich met planten, andere met dieren. Maar allemaal hebben ze kieuwen om te ademen, vinnen om zich voort te bewegen en schubben om de huid te beschermen. Zoetwatervissen vind je in onze rivieren, kanalen en meren. Dit zijn o.a. de Brasem, Voorn, Snoek, Baars en de Snoekbaars. Ook de Aal, ook wel bekend al Paling komt in de rivieren, kanalen en meren voor. Onderstaande plaatjes komen van de volgden site: http://www.beesies.nl/kenmerken/vissen.htm
|
|||||||||||||||||||||||
|
Watervogels Om te kunnen vliegen, moet een vogel licht gebouwd zijn. Hij heeft daarom holle botten en luchtzakken in zijn lichaam. Dit komt hem ook goed van pas om op het water te blijven drijven. Het verenpak van een watervogel moet de vogel beschermen tegen het koude water. Daarom worden de veren regelmatig ingeolied. De meeste vogels hebben daarvoor een speciale klier die bij de stuit zit. Vooral bij watervogels is die goed ontwikkeld. Door met de snavel over die stuitklier te wrijven komt er olie vrij waarmee de vogel zijn verenpak waterdicht maakt. Vervolgens poetst hij zijn veren: hij beknabbelt ze één na één en legt ze op hun plaats. Tegelijkertijd verspreidt hij de olie nog gelijkmatiger. Veel watervogels die je in de winter kunt zien, komen uit het noorden. Het zijn wintergasten. Maar we hebben ook watervogels die hier het hele jaar doorbrengen. Je ziet ze niet alleen aan de kust, maar ook in het binnenland en zelfs in de steden. Denk maar aan de kokmeeuwen die soms in grote massa's te zien zijn op vuilnisbelten. Vooral 's winters scharrelen ze daar rond op zoek naar wat eetbaar afval. |
|||||||||||||||||||||||
![]() Gewone Pad, Diependal / Erwin Bruulsema (c) |
|||||||||||||||||||||||
|
Een amfibie is een dier dat zowel in het water als op het land leeft. In de evolutie vormen de amfibieën de overgang van het leven in het water naar het leven op het land. De larven van kikkers, padden en watersalamanders leven volledig in het water. Ze ademen door kieuwen. Pas later ontwikkelen ze longen waarmee ze op het land kunnen ademen. Verloop van de geboorte van een kikker: 1. In het voorjaar
legt een kikker in het water 1500 tot 3000 eitjes.
|
|||||||||||||||||||||||